Differentiëren

We weten allemaal dat geen enkel kind hetzelfde is. Kinderen verschillen qua uiterlijk, maar ook het innerlijk van elk kind is uniek. Bij differentiëren houd je rekening met deze verschillen. Verschillen tussen kinderen worden bepaald door meerdere factoren, denk maar eens aan tijd, plaats, gedrag van anderen en natuurlijk door alles wat er om hen heen gebeurt. Differentiatie is echt nodig om het maximale uit ieder kind te halen.

Er zijn verschillende vormen van differentiatie. In de klas maak je onderscheid tussen convergente en divergente differentiatie. Convergente differentiatie is een vorm waarbij je als leerkracht de hele groep tegelijk bedient qua leerstofaanbod. Divergente differentiatie is een vorm waarbij je een leerling individueel benadert.

Naast deze vormen van differentiëren zijn er ook verschillende manieren van differentiëren. De manier waarop instructie wordt gegeven, het leerstofaanbod, het tempo waarop de leerstof  wordt aangeboden, werken met doelen en de verschillende vormen van begeleiding in of buiten de klas.

ICT

Als we het hebben over ICT op school dan hebben we het over alle technologie die te vinden is in het onderwijs. Denk hierbij aan computers, tablets en digiborden, maar ook aan alle software, digitale leermiddelen en ook individuele adaptieve leermiddelen, zoals Snappet of Gynzy.

Er zijn verschillende manieren hoe educatieve technologie ingezet kan worden binnen het onderwijs.

Klik hier meer hierover te lezen.

Als leerkracht moet je weten welke technologie er beschikbaar is, hoe deze technologie werkt en welke mogelijkheden er zijn. Pas dan kun je als leerkracht een onderbouwde keuze maken op welke manier je de beschikbare technologie in kunt zetten.

ICT en differentiatie

Op de meeste scholen wordt ICT al ingezet om te differentiëren, voorbeelden zijn:

  • niveaubepaling van leerlingen om een bepaalde groep in te delen of om leerlingen individueel aan het werk te laten gaan;
  • voor een algemene instructie;
  • het opnemen van lessen voor feedback gesprekken en/of observatie;
  • het vertonen van filmpjes op het digibord;
  • het gebruik van digitaal lesmateriaal.

De effectiviteit van technologie in het onderwijs hangt af van een aantal factoren, zoals het didactische doel en de manier waarop de technologie wordt ingezet. Om technologie effectief in te zetten kunnen we bijvoorbeeld het SAMR-model of het Tpack-model gebruiken.

Klik hier meer hierover te lezen.

Tegenwoordig zijn er veel online en adaptieve oefenprogramma’s beschikbaar. Deze worden veelal ingezet voor vakken zoals taal, rekenen en spelling, maar deze programma’s kunnen ook worden ingezet om andere leerstof te oefenen en/of te toetsen.

Er kan individueel gedifferentieerd worden aan de hand van scores van al gemaakte opgaven en toetsen. Dat kan leerstof zijn dat aansluit op landelijk niveau, deze leerstof toetst kennis over een lange periode, maar het kan ook leerstof zijn dat aansluit op bloktoetsen, we praten dan over oefenstof die wordt afgesloten met een bloktoets waarin kennis over een korte periode wordt getoetst. Kenmerken van dit soort adaptieve programma’s zijn:

  • directe feedback;
  • interactief;
  • individueel gericht op een leerling;
  • de leerling bepaald zijn of haar eigen tempo.

Online oefenprogramma’s laten leerlingen op eigen niveau werken aan stof waar de leerlingen op dat moment aan toe zijn. Het helpt leerkrachten om inzicht te krijgen hoe zijn of haar presteren op bepaalde onderdelen en op die manier kan de leerkracht veel gerichter instructie geven aan de verschillende instructiegroepen.

Dit klinkt allemaal erg mooi allemaal, maar er zijn natuurlijk altijd nadelen. Soms sluit de digitale leerstof niet aan bij de behandelde stof tijdens de lessen, hierdoor kan het voorkomen dat leerlingen gedemotiveerd worden, leerlingen zijn niet meer intrinsiek gemotiveerd en dit gaat ten koste van het leren. Een ander nadeel is dat je altijd internet moet hebben om met deze online oplossingen te werken, een leerkracht moet altijd iets achter de hand hebben in geval van een storing of iets dergelijks.

Conclusie

We kunnen dus concluderen dat differentiëren met ICT veel voordelen heeft, mits de leerling intrinsiek gemotiveerd is, de leerkracht in staat is om alle gegevens te kunnen analyseren en dat hij of zij kennis heeft van de technologie die aanwezig is op zijn of haar school en dat er een internetverbinding aanwezig is.