Wat zou ik eventueel met educatieve tools kunnen doen in mijn klas?

Bijna alle leraren

Een goede vraag waar veel (dan wel niet bijna alle) leerkrachten meer worstelen. Maar waarom zou je het wiel zelf uitvinden? Waarom niet de hulp van de krachtigste doelgroep die het dichtstbij de technologie van nu staat inschakelen?

Inderdaad de leerlingen! Maar hoe kan je dat nu doen?

Ga eens tijdens een les in gesprek over de inzet van educatieve technologie. Stel ze eens de volgende vragen:

  • Wat doen je studenten al op het internet?
  • Welke apps gebruiken ze?
  • Zijn ze bekend met VR/AR?
  • Gebruiken ze al educatieve tools?
  • Welke spelletjes spelen ze?
  • Welke media gebruiken ze thuis en op school?

Hoe samen met de student nu verder?

Op deze manier krijg je inzicht in wat de student op dit moment allemaal al doet en weet. Vervolgens kan je samen met de leerlingen de volgende zaken gaan onderzoeken:

  1. Laat eerst eens een filmpje zien hoe Virtual Reality werkt (360 video op YouTube bijvoorbeeld. Zie het voorbeeld filmpje: Klik hier voor het voorbeeld filmpje
  2. Laat voorbeelden zien van andere educatieve tools zoals Kahoot, Plickers of HP-Reveal
  3. Vertel het doel van de opdracht: Samenwerken (samen weten we meer dan 1) en je hebt de professionals in huis!
  4. Vraag eens aan de leerlingen hoe zij het (zouden) vinden om te leren via bijvoorbeeld Virtual Reality of één van de andere apps.
  5. Laat leerlingen eens in tweetallen bedenken bij welk vak dit ingezet zou kunnen worden voor hun en wanneer en hoe vaak….
  6. Laat ze hun ideeën presenteren voor de klas aan elkaar.
  7. Laat ze uit deze 3 ideeën de 3 beste kiezen en ga hiermee als docent aan de slag en vergeet niet je leerlingen hierbij te betrekken!

Wat daarnaast ook kan helpen is om de 21e eeuwse vaardigheden in gedachten erbij te houden.

21e eeuwse vaardigheden

Het Nationaal Expertisecentrum Leerplanontwikkeling (SLO) definieert 21e eeuwse vaardigheden als ‘generieke vaardigheden en daaraan te koppelen kennis, inzicht en houdingen die nodig zijn om te kunnen functioneren in en bij te dragen aan de kennissamenleving.’

  • Communiceren: doelgericht boodschappen kunnen overbrengen en begrijpen.
  • Samenwerken: het samen realiseren van een doel en anderen daarbij kunnen aanvullen en ondersteunen.
  • Probleemoplossend vermogen: het vermogen om een probleem te herkennen en daarna tot een plan te komen om het probleem op te lossen.
  • Creativiteit: het vermogen om nieuwe en/of ongebruikelijke maar toepasbare ideeën voor bestaande vraagstukken te vinden.
  • Kritisch denken: het vermogen om zelfstandig te komen tot weloverwogen en beargumenteerde afwegingen, oordelen en beslissingen.
  • Sociale en culturele vaardigheden: het vermogen om effectief te kunnen leren, werken en leven met mensen van verschillende etnische, culturele en sociale achtergronden.
  • Ict-basisvaardigheden: de kennis en vaardigheden die nodig zijn om de werking van computers en netwerken te begrijpen en er ook mee om te kunnen gaan.
  • Informatievaardigheden: een informatiebehoefte kunnen signaleren en analyseren, en op basis hiervan relevante informatie zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken.
  • Mediawijsheid: de kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media.
  • Computational thinking: problemen zo kunnen formuleren dat het mogelijk wordt om een computer of ander digitaal gereedschap te gebruiken om daarmee het probleem op te lossen.
  • Zelfregulering: zelfstandig handelen en daarvoor verantwoordelijkheid nemen in de context van een bepaalde situatie/omgeving, rekening houdend met de eigen capaciteiten.

Ik ben benieuwd wat er bij jullie allemaal in de klas voor een ideeën worden geopperd en wat jullie er zelf mee gaan doen! Reacties kan je hieronder achterlaten!


0 reacties

Geef een reactie